Blindproeven

Blindproeven

Blindproeven op prijs

Luxe, ja, ach ja wat houdt dat in? De SmaakvanWijn Proefgroep van de woensdag (WoPG) wilde eens een ‘dikke wijnen proeverij’ doen. Zo besloten we gezamenlijk vier hoog geprijsden neer te zetten tegen vier leuke maar relatief gunstiger geprijsde wijnen met als basis gelijke druivenrassen.

Allemaal goede proevers, die zuren, tannines en aroma goed weten te plaatsen en te benoemen. Wat een bijzondere avond. Het prijsverschil tussen de hoge en de lagere wijnen bedroeg telkens zo’n 40 tot 50 euro.

Alle wijnen werden blind geproefd, in het totaal dus vier flights, waarvan alleen de eerste wit was, bij de andere drie draaide het om wijn van blauwe druiven. De druiven in kwestie: viognier, pinot noir, een Bordeaux blend en syrah/shiraz.

Blindproeven, zo gingen we achter de waarheid aan. Proefden we daadwerkelijk verschil en kozen we iedere keer de goede wijn als zijnde de duurste – dus zou je mogen aannemen de meest kwaliteit –  van de twee?

blindproeven

Pommard Olivier Leflaive bron

Pommard versus Rüdesheim

Welaan, geloof het of niet, het ging in drie gevallen goed, maar in één flight waren de meningen serieus verdeeld. Met een duidelijke voorkeur voor de goedkopere versie. De wijnen die op dat moment geproefd werden, waren op basis van pinot noir ontstaan. Een uit de Bourgogne, de ander uit de Rheingau. Om precies te zijn, het was een match tussen Pommard en Rüdesheim.

De Spätburgunder kwam uit de ‘keuken’ van Carl Ehrhard (2012). De Pinot Noir van Olivier Leflaive (2011). Het prijsverschil gebaseerd op de verkoopprijzen van beide wijnen is in dit geval meer dan € 50,00.   De Bourgogne rijpte op ruim 18 maanden waarvan een korte periode van vijf maanden op RVS. Daarna kwam het eikenvat er aan te pas. Druiven kwamen van ± 30 jaar oude stokken.

De wijn van Ehrhard kwam van zijn 8,5 hectare  groot wijngaardenbezit in de omgeving van Rüdesheim. Aanplant: 85% riesling,  slechts 13% blauer spätburgunder en 2% grauburgunder. Deze Rheingauer rustte 6 weken op groot eiken van 1200 liter, daarna 18 maanden op gebruikte barriques van 225 liter.

Het is wel een eye-opener zo’n proeverij! De Duitser stak, ondanks het magistrale prijsverschil, met kop en schouders boven de Fransoos uit. Met name de hoge  Franse zuren, stroeve tannines en de wat mindere structuur vervaagden geheel in het licht van het frisse, kruidige en fruitige karakter, de mooie licht monddrogende maar rijpe tannines van Rheingauer Spätburgunder. Mijn hemel, dan vraag je je wel af hoe een Spätburgunder van dezelfde prijs als de Pommard zal smaken 🙂

Tja, en een proefitem, dat een wederkerend karakter krijgt! In het najaar komt het thema terug op de agenda. Kan niet wachten!