Het mysterie rond het boshuis-10

Het mysterie rond het boshuis-10

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

10) De strijd van Girly

De tafel is afgeruimd, de boel aan kant. Janneke vertrokken, Paco loopt ergens in de tuin en Karin zit binnen op de bank met haar boek. De sfeer van een relaxte avond hangt nog in de lucht. De mannen zijn naar de boskamer vertrokken. Ze blijft nog een poosje lezen. Rond middernacht duikt ze haar bed in. Er is niets bijzonders meer gebeurd en morgen komt Sara gezellig thuis denkt ze voordat ze in slaap valt. Gelukkig. Het is gewoon allemaal toevalligheid geweest.

Als ze opstaat, prikken de eerste zonnestralen al weer door de bomen. Ze loopt met Paco naar het kippenhok. Caesar en zijn drie vrouwtjes scharrelen rond in de grote ren. Ze vult het voer bij en checkt de nestjes. Geen ei te zien. De dames zijn nog steeds van de leg. De legkastjes heeft Carl ooit gemaakt. Wat waren ze, en wat is ze er trots op. Snel loopt ze terug naar boven richting van de paardenstal. Ze kan haar wel vast in de wei gooien, bedenkt ze. De mannen gaan morgen pas naar huis.

Wat is het stil rond het hok. Normaal hinnikt Girly altijd enthousiast als ze iemand, Hans, Peter, maar ook Karin zelf hoort aankomen. Onrustig maakt Karin de bovendeur van het hok open. Verstijfd staart ze naar het paard. Het ligt op de grond, nat van het zweet. Direct ziet ze dat er iets niet goed is. Ze gooit de stal open en schiet naar binnen, Girly hinnikt heel zacht, maar kan nauwelijks haar hoofd optillen. ‘Oh God, meisje toch, wat is er, wat is er met je aan de hand?’ Met haar mobiel in de hand, het nummer van de veearts al ingedrukt, rent ze de trap af naar de boskamer. Bonkt op de deur. ‘Hans, Peter, doe open! Doe open! Girly!’

‘Kliniek dokter Bruinsma spreekt u’. ‘Sharon, Sharon, je spreekt met Karin Barneveld van het Boshuis. Is Jan in de buurt? Ik heb hem dringend nodig voor een doodziek paard dat niet overeind kan komen.’ Ze kijkt knikkend Hans en Peter aan die beide een broek aan schieten en luisterend naar het gesprek de trap op rennen, naar de stal.

Ze vliegen de stal in. ‘Girly, nee, vrouwtjelief wat is er, kom ga staan. Toe!’ Peter trekt aan het halster maar het paard kan echt niet overeind komen. Ze kijkt met doffe ogen naar de mannen. Ze hinnikt zacht en legt dan haar hoofd weer neer. ‘Niet doen Peet,’ zegt Hans en legt zijn hand op Peters arm. ‘Ze kan niet. Het lukt haar niet.’ Karin komt de stal in. ‘Jan is onderweg. Zal er binnen tien minuten zijn. Wat is er met dat paard? Het is geen koliek. Ze ligt veel te stil!’ Hans knikt. Peter gaat zo zitten dat hij Girly’s hoofd in zijn schoot kan houden. Alle drie zijn ze stil, bang, in afwachting van de veearts. Jan is er supersnel en als hij de stal binnenkomt, Karin een snelle kus geeft, dan komt er over de mannen een soort van rust.

Karin laat de mannen bij het paard alleen en gaat naar binnen om koffie te zetten. Ondertussen doet ze de broodjes in de oven, hoewel ze betwijfelt of er straks wel gegeten gaat worden. Na een tijdje komen Hans en Peter binnen. ‘Het ligt aan het weiland’ zegt Peter plompverloren. ‘Ze heeft vermoedelijk een vergiftiging.’ ‘He, hoe kan dat dan? Nino heeft altijd in deze wei gelopen, trouwens Girly loopt hier toch ook zo vaak als jullie hier zijn?’ Karin zegt het met een frons. Ze bijt op haar duim en staart uit het grote raam dat zicht heeft op het weiland. Esdoorns dan? mompelt ze zacht, die hebben we helemaal niet.  ‘Is Jan nog bij haar?’ Karin geeft de onthutste mannen een kop koffie en laat ze het terras op gaan. Zelf loopt ze terug naar de stal.

‘Jan, Jan? Esdoornvergiftiging? Dat kan toch niet waar zijn?’ Jan kijkt op. ‘Ja, bizar maar alles wijst er op Karin. Ik begrijp het ook niet. Niño heeft hier toch ook altijd in de wei gestaan.’ ‘Maar Jan, gaat ze het redden?’ ‘Ik durf het niet te zeggen. We zullen er alles aan doen.’ Jan belt met zijn assistente en even later komt er weer een grote auto het erf oprijden. Vol attributen om Girly zo goed als mogelijk te helpen. Karin streelt het paardenhoofd. ‘Willen jullie koffie?’ bevestigende knikjes. Even later geeft ze het koffieplateau aan de mannen mee. Ze zijn over de eerste schok heen. Hans ziet nog wat bleek. Peter is strijdvaardig.

Ze fluit de hond en loopt het tuinpad af naar het bos, aan de kant van de weide gaat ze rechtsaf en loopt de hele wei langs tot ze aan het einde gekomen is. Voorzichtig loopt ze naar de plek waar ze gisteren iemand bij Girly zag staan. Die schim die zo plotsklaps verdween toen Hans Girly riep. Ze weet niet waar ze naar zoekt, of ze iets zal vinden, maar haar gevoel zegt haar dat die schimmige figuur niet veel goeds voorspeld heeft. En dan…. plotseling ziet ze het op de grond liggen. Potverdomme!

Boomtakjes. Wat een klootzak, daar heeft ze dus van gegeten gisterenavond. Giftig als de pest. Iedere paardenliefhebber weet dat dit blad zo dodelijk is voor deze beesten! Trillend van woede klimt ze over het hek en met Paco in haar kielzog rent ze door het weiland terug naar haar tuin, naar het hek waardoor ze de paarden in en uit het weiland laten.

‘Jan, Jan, kijk wat ik gevonden heb! De klootzakken. Je hebt gelijk. Ze hebben haar esdoorn gevoerd’!

JG SarenmasDeel 11
5 juli
 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.