Het mysterie rond het boshuis-15

Het mysterie rond het boshuis-15

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden. Exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

15) De begrafenis

Als de kist is opgesteld, loopt de dominee naar de kansel en beklimt de treden naar de katheder. De muziek is allang van zachter naar zachter gegaan en als de dominee zijn handen heft, is het volkomen stil. Slechts het trillende zuchten van de zus van Vera is te horen. Zachte snikken die verstomd worden. Huilen mag hier niet. Immers, de dode is op reis naar God. Hoe mooi is dat niet! Peter kan hier absoluut niet tegen. Hans weet dat en legt zijn hand over de gebalde vuist van zijn man. Hij streelt hem zacht met zijn duim tot Peter zich wat ontspant. Ze kijken elkaar aan. Peter krijgt tranen in zijn ogen. Zo goed als Hans hem toch kent!

Hans heeft Bert toegezegd iets persoonlijks over Vera te zeggen in een korte speech. Praten, redeneren, vertellen kan hij als geen ander. Mensen hangen aan zijn lippen. Ook nu, hier in dit koude protestantenhuis, neemt hij de gemeente moeiteloos mee naar hoogtepunten uit het leven van de werkende Vera. Bert luistert vol aandacht. Een droevige glimlach speelt om zijn lippen. Hans kan het allemaal zo mooi zeggen, denkt hij. Hij weet maar al te goed hoe gek Vera op haar ‘mannen’ is geweest. Plotsklaps, een frons tussen zijn ogen, wat zegt Hans nu?

“Vera, we hebben geen afscheid kunnen nemen, immers, niemand behalve jouw God, wist dat je nooit terug zou komen nadat je maandagochtend zo abrupt het kantoor verliet. Je zat zo lief te luisteren toen we vertelden over ons zieke paard, dat in volle galop toch nog net op de oever van de Styx kon omdraaien. Om bij te komen in de stal bij het Boshuis. Opeens was het je teveel. Je voelde je niet goed en even later ging je naar buiten. Wat er in je hoofd is omgegaan, we zullen het nooit weten maar lieve Vera, wat zullen wij jou missen.”

Hans loopt terug naar hun bank.Peter geeft hem een spontane kus. ‘Mooi Hans, fijne woorden’, fluistert hij. Dan geeft hij hem een duwtje met zijn elleboog! Wijst met zijn hoofd in de richting van Bert. Deze zit met een vuurrood hoofd, zijn ogen stijf dicht zijn vuist in zijn andere hand te rammen. Hij lijkt buiten zichzelf van woede! Hij springt op met een oerschreeuw! ‘Neeeee, neeee, nee! dondert het door de kerk. ‘Laat dat niet waar zijn’. Hij brult het uit en rent naar de uitgang. Het is doodstil in de kerk. Dan staat de broer van Bert op en loopt hem achterna.

Na een moment van aarzeling gaat de dominee de preekstoel weer op, spreekt de gemeente de laatste woorden toe, gevolgd door de gebruikelijke zegening.  Achter de kist aan gaat men, onder de tonen van psalm 43. ‘Dan ga ik op tot Gods altaren’. Bert en zijn broer zijn nergens meer te zien. Bij het gedolven graf staat de dominee stil. De schare om hem heen verzameld. Rennende voetstappen op het grind. Berts broer. Hij fluistert de dominee iets in het oor, waarop deze hem begripvol toeknikt. De laatste zaken worden in gereedheid gebracht. Dan zakt de kist voorzichtig door de dennentakken heen en klinkt meerstemmig het Onze Vader.

BoshuisAls de schemering valt, glipt een donkere gedaante door de poort van begraafplaats. Het is Bert. Hij loopt naar het graf waar de eikenhouten kist inmiddels door aarde bedekt is. Langzaam zakt hij door zijn knieën. Zijn handen rond zijn gezicht gevouwen.‘Veertje, Veertje, waarom toch? Is het dan mijn schuld?’ fluistert hij. ‘Ben je zo geschrokken van het verhaal van Girly? Wist je dat ik het geweest ben, die haar esdoorn heeft gevoerd? Ja hè? Zo zal het wel geweest zijn. Mijn slimme vrouw. Zo ben je, je hebt de puzzelstukjes bij elkaar geschraapt en in elkaar gepast.’

Tranen stromen over zijn wangen. Dan verhardt de trieste uitdrukking op zijn gezicht. ‘Verdomme nog aan toe, het was toch ook zo onterecht. Ik werk me gek om met een fantastische druivenprimeur te komen, vervolgens gaan die rijke wijven daarmee aan de haal. Geen reet hoeven ze te doen. Zitten de hele dag wijntjes te zuipen. Paar stokjes in de grond zetten en dan roepen dat ze zo bijzonder zijn zeker! Nou vergeet het maar!’ Gemelijk komt hij overeind!

‘Weet je nog hoe blij we waren toen de eerste stokken gouiais in bloei gingen! Hoe grandioos was dat niet.’ Hij haalt zijn handen door het haar! ‘Die klote hagel! Die afgrijselijke klote weersomstandigheden in dit koude kikkerland! Alles hebben ze verkracht. Geen stok bleef overeind. Hoezo mijn wijngaard naar de malle moeren? Waarom niet die van die sjieke taarten?’ Hij grijpt de mand die hij bij aankomst op de grond heeft laten vallen. Groene blaadjes pieken boven de rand uit. Bovenaan, waar straks de steen zal komen plant hij snel drie kleine planten. Druiven.
Met een snik in zijn stem mompelt hij: ‘ach mijn lief, waarom toch?  Ik ga je zo vreselijk missen! Hoe moet ik nu toch verder? Maar hier eindigt het niet! Dat ben ik aan jou verschuldigd!’  Met gebogen hoofd loopt Bert het kerkhof af.

JG SarenmasDeel 16:
16 juli

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.