Het mysterie rond het boshuis-17

Het mysterie rond het boshuis-17

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden. Exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

17) Een babbeltje bij de kippen

Mevrouw Stratum is verrukt van het terras. Als ze ook de inrichting binnen ziet en hoort dat ze sauna en jacuzzi kunnen gebruiken, klapt ze van plezier in haar mollige handen. ‘Ben, kijk wat gezellig. En wat een joekel van een televisie zeg! Niet dat ik zoveel kijk hoor, ik lees vooral heel veel’, zegt ze tegen Karin. ‘Maar kun je hier ook Netflix ontvangen?’ ‘Zeker’ zegt deze, met moeite haar lachen inhoudend. Achter de rug van mevrouw Stratum staat mijnheer met zijn hand het ‘kwaakkwaak’ gebaar te maken. Duim en platte vingers op hoog tempo naar elkaar toe bewegend. Ik moet hier nu wegwezen, denkt ze. Ze loopt naar buiten.

‘U vindt alles precies uitgelegd in het gastenboek. Als u iets nodig heeft, of iets wilt vragen, dan ben ik er voor u. Geniet van het verblijf. Ze wil weg lopen, maar bedenkt dan: ‘O ja, het ontbijt vindt u morgen in de hal. Ik zet alles klaar op de tafel die daar staat. Hoe laat wilt u het geserveerd hebben?’ Man en vrouw kijken elkaar aan. ‘Hm, ja we zijn niet zo vroeg ’s morgens.’ ‘We’, zegt mijnheer met zijn wenkbrauwen omhoog, ‘jij bedoel je’. ‘9.00 uur is dat okay?’ komt Karin snel tussen beide. ‘Zeker, prima.’ ‘Ik zorg ervoor. ’Whoof weg is Karin, de trap op naar Paco die braaf op haar ligt te wachten. Ze holt met de hond achter zich aan naar het terras waar ze zich gierend van de lach op een stoel laat zakken. Mijn God, denkt ze, die Stratums!

Na het ontbijt, de volgende morgen, lopen Paco en Karin hun gebruikelijke ronde door het bos. Als ze terugkomen, ziet Karin mevrouw Stratum met Max aan de riem bij het hok van de kippen staan. ‘Goedemorgen mevrouw Stratum, heeft u goed geslapen?’ ‘Ha, Karin, nou, het bed is heerlijk, maar ja Ben hè, die snurkt zo vreselijk! Zaagt hele bomen door tijdens de nacht. Dwars door mijn oordoppen heen!’ Ze schudt meewarig haar hoofd. ‘Tja, en hij wil er niets aan laten doen. Maar zeg, ik noem jou Karin, ik heet Els. Dus alsjeblieft geen mevrouw meer hoor!’

kippen‘Ah, goed zo Els, leuk. Je kunt Max gerust los laten hoor in de tuin. Hij heeft hier alle ruimte om te scharrelen, Paco loopt ook altijd los.’ ‘ Ja, zegt Els op vragende toon, denk je dat kan?’ ‘Tuurlijk. Dat is voor jou toch ook makkelijker.’ Karin maakt resoluut de riem los en Max trippelt er vandoor. Samen met Paco op avontuur.

‘Wat zijn kippen toch een fijne beesten, nietwaar? Mijn moeder hield vroeger ook kippen. Krielkipjes. Sierkipjes waren het eigenlijk. De één was nog leuker dan de ander. Met van die schattige kuifkopjes.’
‘Oh, wat enig, een beetje nostalgie dus voor jou, dit kippenhok. Onze haan daar, dat is Caesar. Hij had tot voor kort vijf kippen in zijn harem, maar vorige week hebben we een nogal naar incident meegemaakt. Twee kippen zijn op gruwelijke wijze de nek omgedraaid.’ ‘Ja, ik weet dat, ik heb dat van mijn broer gehoord. ‘Van je broer gehoord? Wie is jouw broer dan wel niet?’
‘Hans, Hans Molinga.’ ‘Ach wat, is Hans jouw broer?’ ‘Ja, zo komen we ook aan de fantastische tip over jouw boshuis! Je zoon heeft hem verteld over de slachtpartij in het kippenhok. Dat het misschien een vos is geweest toch?’

Karin is perplex. Els, de zus van Hans. Nou, dat is werkelijk een openbaring. Maar ja, als ze goed kijkt, kan ze eigenlijk ook wel gelijkenis zien tussen broer en zus. Daar komt Ben aan. ‘Zo dames, jullie kakelen hier lekker? Al een ei gelegd?’ Els en Karin schieten in de lach. ‘Hebben jullie zin een kopje koffie met mij te drinken? Daarboven deze wijnstokken, dat is mijn terras.’ Dat lusten Ben en Els wel en even later zitten ze op het grote zonnige terras dat uitkijkt over een deel van de tuin en het weiland. ‘Nou, zegt Els, ‘die jongens hebben het er maar slecht mee. Eerst dat gedoe met hun paard, daarna de plotselinge dood van hun secretaresse. Dan nog die begrafenis. Ook zoiets vreemds!’

Karin kijkt haar nieuwsgierig aan, komt er een vette roddel? Els vervolgt ‘ja weet je, Hans heeft een toespraak gehouden tijdens de dienst. Zo’n sombere toestand. De vrouw kwam uit een zwaar protestants gezin. De toespraak was heel mooi, maar toen Hans ging zitten, stond de vriend van Vera, zo heette de secretaresse, opeens op en rende schreeuwend en vloekend de kerk uit.’ ‘Nou, nou, niet overdrijven Elske, hij schreeuwde ja, maar vloeken, nee.’ ‘Nee, nou okay, maar raar was het wel toch? Dat vond jij ook! Hij was uiteindelijk ook niet bij het laatste moment waarop de kist in de grond zakte. Trouwens, hij schijnt niet eens thuis geweest zijn op de ochtend van het fatale ongeluk, hij was hier in deze omgeving ergens; op een wijngoed in Teisze. Hij is wijnboer. Net als jij eigenlijk.’
‘Oh ja, dat is waar ook. Dus jullie zaten ook in de kerk?’ ‘Ja, daarom konden we gisteren ook pas einde van de middag hier zijn.’

Later op de ochtend vertrekken de Stratums naar hun dochter. Karin loopt de wijngaard naast het weiland in. Greet zal haar straks komen helpen. En vanavond komt Bram thuis! Wat een feest!

JG SarenmasDeel 18):
18 juli

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.