Het mysterie rond het boshuis-19

Het mysterie rond het boshuis-19


Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden. Exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

19) Vera en de tweeling

‘Nou, lekker spooky hier in huis. En dan moet ik volgend weekeinde oppassen in dit lugubere dorp?’
‘Jij, ik dacht dat ik dat zou doen mam?’
‘Ah, is de schone Kayley in town vent?’ Sara en Karin giechelen.
‘Hou je bek joh, dwaas.’ Bram heft in volle overgave zijn handen omhoog. ‘Goed hoor. Mij komt het prima uit hier niet te hoeven zijn. Hoef ik ook geen roosters aan te passen.’ ‘Mam, je hebt mij toch gevraagd?’, zegt Lucas dan.
‘Zeker. Bram bedenkt dit nu zelf. Erg lief, maar ik had het inderdaad allang met jou geregeld.’

Op een uur rijden van het boshuis vandaan gaat een eenzame fietsster het zandpad op naar de boerderij die daar wat verscholen van de weg af ligt. Hier wonen Bert en Vera. Petra zet haar fiets voor de grote schuur en loopt langzaam achterom. In haar hoofd buitelen de zinnen over elkaar die ze wil zeggen als ze Bert ziet. De afgelopen week heeft ze hem niet meer gesproken en doordat hij zo plotseling de kerk uit stormde, heeft ze hem nog niet eens kunnen condoleren.

Vera en zij hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden. De vriendschap strekte zich zo ver uit dat Petra in het seizoen ook wel mee hielp met snoeien en ontbladeren van de wijnstokken. Heerlijk werk, lekker rustgevend. Zo anders dan de gruwelijk drukke praktijk. Het werk op zich is al zwaar, maar met name de emoties die vaak hoog kunnen oplopen bij de diverse partijen, hakken er nog altijd flink in. Ze kan er zich niet voor afsluiten.

Als ze om de hoek van het huis loopt, ziet ze de keukendeur wagenwijd open staan, maar op het terras en in de tuin, noch in de keuken is iemand te zien. Ze aarzelt. Zal ze boven kijken? Dan ziet ze Bert verderop in de wijngaard zitten. Op het bankje wat Vera en hij liefkozend hun druivenbankje genoemd hebben. Ze hebben het vorig jaar van de ouders van Vera gekregen, die het al jaren achter in de tuin hadden staan. Ze roept zacht zijn naam.
‘Bert.’ Hij steekt zijn hand naar haar op, snel loopt ze naar hem toe. Ze schrikt ervan zo slecht als hij eruit ziet. Dan slaat hij zijn armen om haar heen en fluistert zij in zijn oor dat ze het zo verschrikkelijk vindt. Plotsklaps valt haar oog op de woestenij in de wijngaard voor haar.

‘Bert, jongen wat is er met de wijnstokken gebeurd?’ Zover ze kan kijken, lijkt het of alle druiven gerooid zijn. De grond is omgewoeld en de stokken liggen op een grote hoop. Hij kijkt haar aan, zijn gezicht is verkrampt.
‘Dit zijn moordstokken geweest Petra!’ zucht hij. Ze staart hem niet-begrijpend aan. Maar Bert zegt niets meer. Hij staat op en loopt terug naar het huis. Petra aarzelt, maar loopt dan toch achter hem aan.
‘Zal ik een kopje koffie maken Bert?’

Als ze later op de avond naar huis fietst is ze helemaal in shock! Die Vera! Zwanger van een tweeling. Wat een tranendal! Ze fietst langs de begraafplaats. Hier ligt Vera dan met haar tweeling. Kindjes, die zo zo enorm gewenst waren. Hoe vaak heeft ze vroeger niet bij Petra en Tom op de twee boys gepast. Die jongens waren echt gek van Vera. Ach, ze hebben allang geen oppas meer nodig, maar in hun kinderjaren was Vera, in die tijd nog het buurmeisje, kind aan huis bij de de familie de Koning. De favoriete oppas! Als ze thuiskomt, zit Tom in de tuin. Totaal in de wereld van een van zijn favoriete thrillers. Ze schenkt voor beiden een glas wijn in, Pugliaanse Primitivo, en kruipt tegen hem aan op de loungebank. Helemaal van slag.

Zondagochtend vertrekken de Stratums weer uit het boshuis. Els heeft gevraagd of ze rond 12.00 uur mogen uitchecken, ze wil graag eerst nog naar de dienst in het kleine dorpskerkje. Natuurlijk is dat geen probleem. Als ze op het terras zitten, zien ze de Stratums terugkomen lopen vanuit het dorp. Max die ‘thuis’ is gebleven, ligt naast Paco op het grasveld.

‘Kijk eens Max, wie is daar, ga eens kijken Maxi, toe maar!’ Bram staat op en loopt een stukje in de richting van het hek. Opeens heeft de hond het door en rent op zijn korte pootjes naar de baasjes toe. Els en Ben komen nog even naar het terras. ‘Bedankt voor het oppassen hoor. Wat een mooi antiek kerkje zeg.’ ‘Zat het vol?’ vraag Karin. ‘Nou, best aardig gevuld. Viel me niets tegen. En zo’n jonge dominee zeg! Maar hij wist het mooi te brengen!’
‘In een redelijk korte tijd gelukkig’ zegt Ben droog. Hetgeen hem een berispende blik van Els oplevert. Karin bijt op haar lip, Bram draait zich verdacht snel om. Een half uur later rijden ze weg! Max op de achterbank, netjes in de hondengordel.

De rest van de zondag verloopt rustig en aan het einde van de middag vertrekken alle kinderen en blijven Paco en Karin samen achter. Nadat de hond en de kippen gevoerd zijn, eet ook Karin op haar gemak lekker buiten. Het kan nog steeds. Boeken over Zwitserland liggen op tafel. Het wordt tijd om de reis naar Zwitserland te funderen. Terwijl ze eet, kijkt ze over het weiland uit. Hm, ja, Chris heeft wel wat los gemaakt. Een nieuw paard, zo langzamerhand is ze daar misschien inderdaad aan toe.

JG SarenmasDeel 20):
22 juli

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.