Het mysterie rond het boshuis-24

Het mysterie rond het boshuis-24

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

24) reist de inbreker met de trein?

Als ze bij het station aankomen, rijdt er net een trein binnen. Op het andere spoor staat er een klaar voor vertrek. Ze stoppen langs de kant, Bram en Lucas stappen af en leggen hun helm naast de motor. Samen lopen ze het perron op. Tim en Sanne blijven wachten. Ze hebben net bedacht dat die OV-fiets wel eens zou kunnen betekenen dat de man die Lucas achtervolgd heeft, met het openbaar vervoer reist.

Uit de trein die net aangekomen is, stappen  jonge mensen uit. Twee meisjes en een jongen. De meiden lachen zich suf om de jongen die zo te horen de ene schunnigheid na de ander uitkraamt. Achter het drietal loopt een Surinaams gezin, een vader en moeder en twee stuiterballen met prachtige snoetjes. Grote donkere ogen waar je in kan verdrinken, staren naar de tweeling. Ook deze is best een opvallende verschijning, identiek, groot en stevig; met blonde krullen en azuur-blauwe ogen.

Verder komt er niemand meer uit de trein. Er stappen wel mensen in. Een bejaard echtpaar komt aangeschuifeld, hij loopt met een stok, zij achter een rollator. Bram helpt haar snel de trein in. Hun ‘fietser’ zit er niet bij.

Op het andere spoor rijdt de trein langzaam het station uit. Bert zit boven in de coupé en kijkt naar buiten. Plotsklaps trekken de wachtende motorrijders zijn aandacht. Verrek, denkt hij, daar staat mijn huisarts met haar man. Het lijkt wel of ze op iemand staan te wachten. Dan ziet hij twee blonde mannen naar hun toelopen. De trein komt op stoom en het laatste wat hij ziet is de kop van de vent die gisteren achter hem aan door het bos rende. Wat een mazzel dat hij die fiets verderop had neergelegd. Anders had hij het ongetwijfeld afgelegd tegenover die gozer. Zou dat een zoon van haar van het Boshuis zijn geweest? Het is mogelijk. Maar wat deed zijn huisarts daar dan?

Wat is het gemakkelijk geweest om het huis in te komen. Fluitje van een cent. De terrasdeuren stonden open en zonder enige moeite liep hij het huis in. Maar waar hij naar op zoek was, dat heeft hij niet kunnen vinden. Noch een computer of laptop waarvan hij dacht dat deze veel informatie over de wijngaard zou bevatten, noch het verdomde perceel zelf! Woedend kwam hij uiteindelijk in de master bedroom terecht. Niets! Niets te vinden. Daarom heeft hij uit pure frustratie met zijn zakmes op dat bespottelijke familieportret in gestoken. Die vent met die grijns op zijn smoel. Goddomme! En dan zij. Pontificaal uitdagend in dat hemdje. Pff. Hij stak en hij stak! Hij kon zich absoluut niet meer beheersen. Wonder boven wonder heeft hij toch de voetstappen op de trap gehoord.

Hij stopt zijn hand in zijn broekzak en voelt het zakmes zitten. Het Zwitserse mes dat Vera hem ooit als cadeau heeft gegeven. Het was wel een beetje uit eigen belang. Ze waren op skivakantie in het Zwitserse Engelberg. Het gezellige wintersportplaatsje op een steenworp afstand van Luzern. Een autovrij centrum met gezellige stubes en dat hele fijne lekkere berghotelletje.

treinJe kon alleen met de lift bij het hotel komen. In het hotel was één shopje. Allerhande snuisterijtjes verkochten ze, maar ook zakmessen. Daar waren ze helemaal niet op uit geweest, maar toen ze uit het dorp een fles Petite Arvine mee naar hun kamer hadden genomen, kwamen ze tot de ontdekking dat er geen flesopener was. Tja, en zijn inventieve Vera die nooit in problemen dacht, maar altijd in oplossingen, rende naar beneden en kocht een een zakmes. Natuurlijk hadden ze aan de bediening kunnen vragen om de fles te openen. Maar dat vonden ze een beetje gênant. Bert kijkt naar buiten. Zonder dat hij het in de gaten heeft, lopen de tranen over zijn wangen. God, wat miste hij zijn meisje!

Maar hij is er niet klaar mee! Hij is het aan zijn Vera verplicht! De gouiais blanc zal gevonden worden. Gevonden en vernietigd! Nooit zal deze druif verder in Nederland meer te vinden zijn. Behalve rond het graf van zijn gezin.

De trein vermindert vaart. Ze naderen het volgende dorp. Hier heeft Bert de auto gezet, omdat hij het boshuis liever per fiets wilde bereiken. Hij wrijft met de achterkant van zijn rechterhand de tranen van zijn wangen.
Gadverdamme, wat zit daar dan? In de plooi van zijn elleboog ziet hij een bruinig spinachtig insect. Bah, een teek. Bert is geen watje, maar met insecten heeft hij niets. In een reflex slaat hij het beest van zijn arm. Tien minuten later zit hij achter het stuur. Op weg naar huis.

In het boshuis zitten Bram, Lucas, Tim en Sanne op het terras. Tim heft zijn glas en zegt ‘Proost, op jullie speurtocht mannen!’ ‘Dank je wel! Ook dank voor de motortocht van vandaag. Erg leuk! We hebben wel geboft met het weer hè! Nu de zon helemaal door is, is het denk ik een stuk warmer op de motor, maar op het terras heel aangenaam.’

‘Even praktisch’, zegt Bram, ‘hoe laat willen jullie morgen ontbijten? Dan zorgt Lucas dat het op tijd klaar staat. Broodjes gebakken, lekker eitje. Verse jus …’
‘Nou, Bram fijn dat je meedenkt, maar het is niet Lucas, maar Kayley!’ zegt Lucas met een grijns. ‘Die moet ik zo nog even de tijd doorbellen.’ Tim en Sanne willen uitslapen, rond half elf vinden ze een prima tijd. Voor de lunch vertrekken ze dan op huis aan.

Die avond ruimen Bram en Lucas de resten van het canvas op. In stukken getrokken verdwijnt het in de container. Morgen komt Karin thuis. Bram heeft toegezegd te wachten tot ze er is. Greet zal er gelukkig ook bij zijn.

JG SarenmasDeel 25):
2 augustus

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.