Het mysterie rond het boshuis-25

Het mysterie rond het boshuis-25

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

25) Naar de kerk

Rond acht uur de volgende morgen wordt Bert wakker van een vervelend kriebelend gevoel bij zijn elleboog. Hij kan er niet meer  van slapen. Best vroeg voor de zondag, maar ja, gewoontegetrouw zal hij over anderhalf uur ook richting kerk lopen. Hij wrijft over het muggenbultje dat nogal irritant jeukt en loopt de trap af. Bij de foto van Vera op het tafeltje in de hal staat hij even stil en kijkt haar in de ogen. Het is alsof ze wil zeggen dat hij het niet goed aanpakt. Hij schudt zijn hoofd en zet de foto neer. Hij lijkt wel gek. Hoe kan een foto met je praten. Idioot dat je er bent.

Even later pruttelt de koffiemachine en springt de toast uit het rooster. Bert volgt nog altijd de vaste zondagochtend routine die hem als kleine jongen thuis op de boerderij is bijgebracht. Op zondagochtend was er altijd een vleugje luxe. Mocht hij toast in plaats van brood. Roomboter in plaats van margarine! En verse jus in plaats van melk. Toen hij met Vera ging samenwonen, bleven die regels overeind. Immers, zij kwam uit hetzelfde milieu. Het enige dat ze direct veranderd heeft, dat is het broodbeleg: geen margarine meer in huis, gewoon altijd roomboter.

Ongemerkt glimlacht Bert als hij terugdenkt aan de dag dat zij bij hem introk. Zeer tegen de principes van hun beider families in gingen ze samenwonen, ongehuwd! Maar Vera had de stellige overtuiging dat God zich echt niet zou bekommeren of het boterbriefje wel of niet was ondertekend. God is een God van liefde, was haar favoriete uitspraak. Ja, dat dat in kerkelijke kringen anders geïnterpreteerd wordt, daar lag ze niet wakker van.

kerkMet een kop koffie in zijn hand loopt Bert naar buiten. Op het druivenbankje gaat hij zitten. Vanaf hier kan hij de achterkant van de ouderlijke boerderij zien.
Zijn ouders, ze zijn niet naar de kerk gekomen bij de begrafenis. Trouwer aan hun geloof dan aan de liefde voor hun zoon. Geen compassie, geen mededogen. Sinds Vera en hij zijn gaan samenwonen, hebben ze ieder contact gemeden.

Ze zagen de duivel in haar. Zij had hem de appel toegestoken, dat zei zijn moeder de laatste keer dat hij zijn ouders gesproken heeft. ‘Dat meisje is fout! Totaal het verkeerde pad op gegaan. Studeren in de grote stad, werken bij die twee mannen, die van de verkeerde kant zijn!’ Zijn moeder durft het woord homo niet eens uit te spreken. Homofilie is voor zijn pa en moe een ziekte. Daar moet je je verre van houden. Zelfs het woord moet je vermijden.

Bert heeft nooit verwacht dat zijn ouders zo bekrompen zouden reageren. Natuurlijk weet hij ook wel dat het geloof een heilig iets voor ze is. Bert en Vera zijn zelf ook gelovig.  Alleen al die kerkelijke dogma’s, daar hebben ze niets mee. Ooit hebben ze beiden belijdenis gedaan. Maar dat was voordat ze elkaar leerde kennen. Voordat ze verliefd zijn geworden. Belijdenis deed je, ja omdat iedereen met wie je opgroeide het deed. In die jaren hebben ze, of in ieder geval hij, min of meer op de automatische kerkpiloot geleefd.

De koffie is op en hij gooit gewoontegetrouw het laatste slokje tussen de struiken op de grond. Zich niet bewust van het feit dat zijn vader en ook zijn broer op dezelfde manier het kopje legen.

De kerkdienst is lang en de preek langdradig. Zijn broer is naast hem komen zitten. Vanuit hun plekje op de bovengalerij hebben ze uitzicht op de ouderlingenbank. Waar de zogenaamde ambtsdragers van de kerkelijke gemeente zitten. De ouderlingen, diakenen en de kerkrentmeesters. Uiteraard heeft hun vader hier een plaats. Schrijnend dat hij als ouderling zijn kind zo heeft laten vallen. Moeten ouderlingen immers geen voorbeeldfunctie vervullen? Vredestichters zijn. Barmhartigheid kennen? Hoe anders is hun oma, de moeder van zijn vader nota bene. Aan haar heeft hij zijn boerderij te danken. Zij leeft met een warm en gul hart. Wat keek die ouwe op zijn neus toen oma vier jaar geleden van de drie boerderijen die in haar bezit zijn, ze er twee weggeven heeft. Een aan zijn broer en één aan hem.

Het amen heeft geklonken. De diakenen hengelen geld binnen en de laatste handelingen worden door de dominee uitgevoerd. Het dankgebed, de voorbeden, het stil gebed en het gezamenlijk Onze Vader. Vorige week zondag is ‘de rouw in de kerk gebracht’ voor Vera. Dominee heeft er zelfs nog iets aan toegevoegd in de trend van ‘te kort leven voor ons hierop aarde, maar nu opgegaan naar haar hemelse vader’. De dominee heeft niet op hun neergekeken. Bert begrijpt niet waarom zijn ouders dan zo star en bikkelhard zijn.

“Tot in eeuwigheid. Amen”

JG SarenmasDeel 26):
4 augustus

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.