Het mysterie rond het boshuis-27

Het mysterie rond het boshuis-27

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

27) Op zoek naar de dornfelder

‘Bert, kun jij dit weekeinde weg? Kun jij vrijdag eigenlijk al weg?’ Bert kijkt achterom, hij is bezig in de wijngaard met het weghalen van het blad. De druiven hebben een sterke groei achter de rug, maar ook de bladeren zijn enorm in hoeveelheid toegenomen. Door de dood van Vera is Bert erg achterop geraakt met zijn wijnwerk. Nu is hij druk met het ontbladeren van de stokken zodat er meer zonlicht bij de druiven kan komen. Achter hem ziet hij zijn broer staan.

Henk steekt zijn hand op. Beziet de kale vlakte van het kleine perceel met het wijnstok-experiment dat Bert daar opgezet heeft. Bevreemd kijkt hij om zich heen. Het hele perceel is leeg. Er is geen stok, geen blaadje, geen druif meer te vinden. Henk snapt er niets van! Natuurlijk  weet hij dat er veel schade is geleden door de hagel begin vorige maand, maar daarom hoeven al die stokken toch niet weg! Bert ziet zijn broer denken. Voordat hij ook maar iets kan vragen, schotelt hij hem het antwoord voor. Hij leest de verbijstering van zijn gezicht als een open boek.

‘Moordstokken, Henk. Dat zijn het geweest. Ik heb het perceel gerooid en omgeploegd. Volgend voorjaar zet ik er iets nieuws in.  Ik ga eens voor rood, maar dan honderd procent vitis vinifera. Dat lijkt me spannend. Welke druif het gaat worden, daar ben ik nog niet helemaal uit.’ Henk haalt zijn hand door zijn haar. Zijn dikke blonde krullenkop staat in schril contrast met de vrijwel kale schedel van zijn broer. Moordstokken, denkt hij. Bizar! Die broer van mij is echt helemaal de weg kwijt. Hij heeft Petra gesproken en samen hebben ze bedacht dat Bert er gewoon even tussenuit moet. Daarom is Henk hier nu. Met een voorstel voor een weekendje weg.

‘Dat komt goed uit Bert! Ik wil dit weekeinde namelijk naar Duitsland. Reisje langs de Rijn of zo. En ha ha, niet op de Henri Dunant.’ Bert produceert een flauwe glimlach. ‘Misschien poolshoogte gaan nemen in de Moezel, of in Rheinhessen. Zou de dornfelder een alternatief kunnen zijn? Je denkt toch niet echt aan cabernet of syrah?’
‘Nee natuurlijk niet! Dornfelder  op zich is wel een goed idee. Uiteindelijk is de dornfelder wel een kruising, maar enfin. Het is inderdaad wel een leuk test-case. Je verwacht het misschien niet, maar het is de populairste kruising in Duitsland. Mooie volle kleur en elegante zuren.’ Bert wordt er even enthousiast van. ‘Ja, ik zou over een paar jaar zelfs een barrique versie kunnen proberen. Ben ik toch weer uniek!’

Hij kijkt uit over de rij stokken die hij bezig is te ontbladeren. ‘Tja, ik moet nog veel doen, maar als jij een handje meehelpt, dan moet het lukken om vrijdag weg te gaan. Ik wil ook echt wel weg. Even iets anders.
Met een brok in zijn keel vervolgt hij: ‘Ik zie haar achter het fornuis; als ik handdoeken pak uit de linnenkast. Op de trap kom ik haar tegen. Bij haar fiets zie ik haar staan. Overal Vera. Het is zo onwerkelijk! ‘s Nachts zit ze op de stoel in de slaapkamer.’ Henk luistert stil naar de plotselinge ontboezemingen van zijn broer.

Het is ook bizar. Vera die nog zo jong en vol leven was, zo definitief weggerukt! Morgen gaat hij hier helpen. Bert moet er echt even tussenuit kunnen. Henk die een eigen schildersbedrijf heeft, denkt terwijl hij nog met een half oor naar Bert luistert, hoe hij het werk de komende dagen het beste onder zijn ‘schilders’ kan verdelen, zodat hij zelf alleen de controles hoeft te doen aan het einde van de dag. In verte ziet hij hun ouderlijk huis liggen. Onbegrijpelijk dat die oudelui niets van zich hebben laten horen. Hij kan er niet bij. Zoveel dwarsheid in die kop van zijn vader! En zijn moeder sloft er gewoon achter aan. Vrome doos. Hoe anders is dan oma!

Henk is nu thuis de braverik. Hij heeft weliswaar ook een boerderij van oma gekregen, “het gekke mens” zegt zijn vader daarover. Maar dat kan Henk natuurlijk niet boeien. Hij weet echt wel dat ze niet kunnen wachten tot hij met een fatsoenlijk christelijk meisje thuiskomt. Wat zijn ouders echter niet weten is dat ze dan heel lang kunnen wachten, want tja, Henk is niet als Bert, Henk valt niet op het vrouwelijke geslacht. En als hij de man van zijn leven zal treffen, tja. Dan is er geen maar gaat er een kogel door de kerk.

Alsof je het over de duivel hebt! Daar komt oma net aan. Haar grijze haren in een knot verstopt, een grote mand voor aan het stuur van haar oude fiets. Ze zwaait opgewekt naar haar kleinzonen. ‘Och toch, kijk hoe lief’ zegt Bert. ‘Oma, wat heeft u  allemaal in uw mand voor lekkers? Kom geeft u mij uw fiets maar.’

Met zijn drieën lopen ze de keuken in. Oma heeft een appeltaart, griesmeelpudding, eigen gebakken brood en eieren voor Bert meegenomen. Ze gaat pontificaal voor hem staan en zo klein als ze is geworden, pakt ze zijn hoofd toch tussen haar handen. ‘Ach mijn jongen toch! Wat heb je het toch zwaar voor je kiezen gekregen. Wat een hard gelag is dit! De pijn dat je haar moet missen, die zal altijd blijven jongen, maar het zal ooit dragelijker worden.’ Bert trekt oma tegen zich aan. Over haar heen kijken de broers elkaar bedroefd aan. Wat een vrouw is die oma toch!

Als ze rond de keukentafel zitten, oma stukken taart heeft gesneden, zegt ze ‘Ik heb een nieuwtje. We krijgen een nieuwe dominee! Dominee  Smit gaat met emeritaat dat weten jullie. De nieuwe dominee, wel dat is een unicum voor ons dorp, is nog jong en heeft nog geen vrouw. Maar deze dominee heeft na luttele afweging het beroep aangenomen! Wat zal jullie vader hier wel van zeggen! Ongehuwd!’ Met een blik op Henk. ‘Geen vrouw dus in de pastorie!’

JG SarenmasDeel 28):
10 augustus

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.