Het mysterie rond het boshuis-30

Het mysterie rond het boshuis-30

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

30) Puzzelstukjes dwarrelen neer

Met veel moeite krijgt Petra de deur van het slot. Het lijkt wel of het ijzer van de voordeur is uitgezet door de warmte. Het is ook zo heet vandaag. Voorloper van een hittegolf? Het zou zo maar kunnen denkt ze. Warmte is niet zo erg, maar die broeierigheid. Alles plakt! De poes van Vera en Bert komt haar miauwend tegemoet. Binnen gooit ze de ramen open zodat het een beetje door kan waaien. Ze heeft Bert beloofd Poewie de poes eten te geven, maar nu ze hier toch is, haalt ze maar meteen de stofzuiger even door het huis. Een stofdoek over de kastjes en de tafel is ook zo gebeurd. En een klein sopje om de keuken en de vloer te poetsen, hm dat kan tot slot nog wel. De kattenbak  van poes ruikt ook niet meer zo fris, dus die zal ze meteen even verschonen.

Ze doet het graag voor Bert. Zo’n lieve vent. Vanaf het eerste moment dat Vera iets met hem kreeg, jaren terug, heeft Bert een speciale plaats in haar hart gekregen. Niet dat ze daarmee te koop loopt. Tom zou haar voor gek verklaren. Het is haar eigen geheim, goed opgeborgen. Vera heeft het ook nooit geweten. Stel je voor zeg. Zou ze daarom extra geschokt zijn geweest dat Vera in verwachting was van een tweeling? Ze weet het niet. Sinds de begrafenis en de ijselijke schreeuw van Bert kan ze geen rust meer vinden. Ze heeft zo vreselijk met hem te doen. Wat is dit gevoel denkt ze? Verliefdheid? Kalverliefde? Houden van? Kan je dan van twee mannen houden? Want dat ze van Tom houdt, dat staat als een paal boven water.

Ze wrijft met de stofdoek over het bureau dat in de hoek van de woonkeuken staat. Voorzichtig pakt ze een stapeltje papier op met rekeningen en brieven om daaronder ook stof af te nemen. Hoewel ze echt niet geïnteresseerd is, valt haar oog toch op de afzender van de bovenste brief. “Rebveredelung und Rebenverkauf”. Ze schaamt zich, maar kan het toch niet laten de brief te lezen. Het blijkt een order te zijn voor weisser heunisch, wat dat ook zijn mag. Dan ziet ze de datum. Oktober 2016. In oktober 2016 heeft Bert een order geplaatst voor 500 stokken.

Met de brief in haar hand staart ze naar buiten. Wacht eens even. Hebben Tom en zij drie jaar geleden niet geholpen om dat perceel in te planten. Dat perceel dat nu helemaal kaal ligt, waar Bert alles gesnoeid heeft. Ze leest verder en begrijpt opeens om welk druivenras het gaat.
Haar hart slaat op hol. Duizelingwekkend vallen puzzelstukjes op hun plaats. Maar het blijft nog een chaotisch geheel. De moordstokken van Bert. Dat zijn die heunisch druiven geweest! Die druiven staan bij het Boshuis waar Hans en Peter zo vaak komen! Daar hadden ze het op kantoor over.

Haar benen trillen. Ze zakt op een stoel en staart naar buiten. Verdorie! Hoe past dit allemaal in elkaar? Heeft Bert Girly dan misschien vergiftigd en heeft Vera dat begrepen. Onmogelijk! Ze legt de brief terug op het stapeltje en slaat haar armen om zich heen in een machteloos gevoel. Die arme Bert toch! Hij heeft gedacht een primeur te hebben met die bijzondere wijnstok, maar hij heeft blijkbaar niet de enige wijngaard waar ze geplant zijn. Dan worden door de hagel zijn stokken allemaal verwoest en groeit bij het Boshuis alles vrolijk verder. Dat is ook om gek van te worden!

Een onredelijke woede neemt bezit van haar. Ze kan alleen maar denken over het immense verdriet dat haar Bert nu moet doorstaan. Zo onrechtvaardig! Tranen springen in haar ogen. Met een plotselinge strijdvaardigheid staat ze op, gooit de stofdoek in een hoek en pakt met vinnige bewegingen de emmer met sop. Terwijl ze als een bezetene de vloer schrobt, ontvouwt zich langzaam een plan in haar hoofd.

Als Bert en Henk de volgende dag thuiskomen van hun wijnreis is het huis spic en span. De keuken ruikt lekker fris. Poes Poewie trippelt naar Bert en strijkt kopjes gevend tegen zijn been aan. Hij pakt de poes op en aait haar zacht over haar kopje. ‘Doen we nog een biertje?’ vraagt Henk zijn broer.
‘Ja, best! Er liggen koude in de koelkast.’ Met een flesje in de hand lopen ze naar buiten. Naar het druivenbankje met uitzicht in de verte op de ouderlijke boerderij.

‘Het was fijn Henk, om er even uit te zijn. Goed plan van je geweest.’ ‘Mooi zo broer, dat was ook de bedoeling. Dat je even weg van de ellende zou zijn. Weg uit dit bekrompen dorp en bij die refo’s die zich onze ouders noemen.’

Bert geeft geen antwoord, kijkt stil voor zich uit. In zijn hoofd gaat er van alles om. Moet hij Henk vertellen over zijn ergste vermoedens? Of zal hij het meenemen tot in zijn graf? Is het waar wat hij denkt? Zou Vera werkelijk gedacht hebben dat hij Girly heeft vergiftigd. Omdat ze in het Boshuis de heunisch stokken wel groeiend en bloeiend hebben gekregen. Moet hij Henk vertellen over zijn rampzalige speurtocht rond en in het Boshuis? Hoe gek was hij niet geweest! Hij wil zijn verhaal zo graag kwijt! Zo ontzettend graag delen met zijn broer. ‘Henk, ik …’ begint hij, maar die onderbreekt hem abrupt en pakt zijn arm beet.
‘Bert, wat zit daar? Wat heb je daar? Hoe kom je aan die rode kring in je elleboog?’

JG SarenmasDeel 31):
18 augustus

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.