Het mysterie rond het boshuis-31

Het mysterie rond het boshuis-31

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden, exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

31) Bert en Sanne

De volgende morgenvroeg zit Bert bij zijn huisarts in de wachtkamer. Hij heeft direct bij opengaan van de lijnen een afspraak kunnen maken. De assistente heeft zonder zijn medeweten twintig minuten ingepland. Ze weet van het afschuwelijke ongeluk van de vriendin van Bert en voorziet dat de dokter naast het kijken naar de tekenbeet misschien ook over het rouwproces wil praten. Even later zit hij tegenover Sanne. Die neemt de tijd want ze heeft gezien dat er een dubbel consult in de agenda staat. Haar rustige uitstraling werkt kalmerend op Bert. Hij laat haar de plooi bij zijn elleboog zien. Overduidelijk een reactie op een tekenbeet.

‘Nou Bert, je bent gebeten zo te zien. Een echte tekenbeet. In de wijngaard?’ Bert aarzelt. Hij weet precies wanneer het gebeurd is en wil niets liever dan het haar vertellen. Sanne kijkt hem aan. Ze voelt hoe gespannen hij is en heeft heel erg met hem te doen. Zo’n jonge vent, opgegroeid in het zwaarst christelijke milieu dat je maar kunt bedenken. Waar je niet moet treuren om de doden want dat is egoïstisch. Ze zijn immers bij hun hemelse Vader. Sanne en Tim zijn niet gelovig, maar hebben respect voor ieders overtuiging. Bijna ieders overtuiging. Ze weet ook van de deur die de vader van Bert voor zijn neus dichtgeslagen heeft, daarbij simpelweg de moeder meetrekkend achter de barricade. Want immers,  daar in de familie geldt de regel, bij twijfel, vaders mening geeft de doorslag. Altijd. Halleluja.

Bert schraapt zijn keel. ‘Nee,’ zegt hij zacht. Sanne kan het ternauwernood verstaan. ‘Nee, in het bos in de buurt van Teisze.’ Oh, zegt Sanne, daar waren Tim en ik pas ook. We logeerden een weekeinde in de Boshuis B&B daar. Bert ziet bleek. De rode kring steekt fel af tegen zijn witte huid.
‘Ja, ik weet het, ik heb jullie gezien.’ fluistert hij zacht. Sanne knijpt haar wenkbrauwen nadenkend naar elkaar toe. Dan barst Bert los. Een waterval van woorden die zinnen worden, glijden als een modderstroom de spreekkamer in. Sanne is uiterlijk onbewogen, maar innerlijk compleet overdonderd. Bert gaat maar door.

Hoe hij in de kerk door de toespraak van Hans Molinga, de baas van Vera op het idee is gekomen, dat zij, Vera de conclusie heeft getrokken dat hij, Bert het paard van de Molinga’s heeft vergiftigd. Het paard en de mannen logeerden in het Boshuis.  Dat ze daardoor in shock de weg opgelopen is, onder de vrachtwagen terecht is gekomen. Terwijl het helemaal niet waar is. Hij was die avond in de wijngaard in Teisze, op zo’n tien kilometer afstand.

tekenbeetDat hij van Petra, de collega van Vera en tevens goede huisvriendin hoorde dat de eigenaresse van het Boshuis, niet thuis zou zijn in het weekeinde zo’n twee weken geleden. Het kwam terloops ter sprake tijdens toen ze in de wijngaard van Vera en Bert zaten. Petra keuvelde over de Nederlandse wijnbouw. Daarbij vertelde ze dat Karin, van het Boshuis waar haar collega’s zo vaak logeren, naar Limburg zou gaan dat weekeinde. Ook weer wijngaarden bezoeken. Daarop kwam bij hem de gedachte, dat er niemand in het boshuis zou zijn en hij  van de gelegenheid gebruik kon maken om een speciaal wijnperceel te onderzoeken. En het is zo makkelijk geweest om binnen te komen. Maar ja, net zo makkelijk is hij even later bijna betrapt! Hij vluchtte door het bos. Daar heeft hij de tekenbeet opgelopen.

Sanne onderbreekt hem geen een keer. Ook niet om te zeggen dat Tim en zij ook af en toe hun motoren naar het Boshuis sturen. Zoals ook  bij toeval op die fatale dag dat Bert uit frustratie het familie canvas heeft verwoest.
‘Ik heb zo’n spijt, dokter. Ik heb me zo misdragen, me zo laten gaan. Om een paar van die rot stokken! Ik weet echt niet wat me bezield heeft. Nu is mijn beste maatje er niet meer en ik heb er zo’n puinhoop van gemaakt.’

‘Bert, luister, het is allemaal niet slim, maar wel erg menselijk en zo te begrijpen! Je moet het daar gaan uitleggen. Ik weet zeker dat Karin daar voor open staat. Het is een hele lieve vrouw. Zij weet als geen ander hoe je leven op z’n kop kan staan als je geliefde komt te overlijden. ‘Bert staart Sanne aan. ‘Oh, dat wist ik niet . Is haar man dood?’

Sanne knikt en zegt dan vastberaden, ‘weet je wat, als ik nou een afspraak met Karin maak, dan rijden wij er samen naar toe. Vind je dat een goed idee.’ Bert kijkt haar aan en knikt dan. Hij is zo moe van alles. Wat een top dokter heeft hij toch. ‘Ja,’ zegt hij zacht, ‘wil je dat echt doen?’

Gewapend met een antibioticarecept tegen de tekenbeet verlaat Bert de praktijk. Onderweg naar huis fietst hij langs het kantoor waar tot een paar weken geleden Vera nog iedere dag de scepter over de receptie zwaaide. Hans en Peter lopen net naar hun auto. Hij stopt even om ze gedag te zeggen.
Trots op zichzelf dat hij dit nu weer kan. Het gesprek met de dokter heeft hem zo goed gedaan. Ze staan even te kletsen en hij vertelt over zijn korte bezoek met zijn broer aan Duitsland.

‘Goed dat je dat doet Bert’ zegt Peter. ‘Je verlies is natuurlijk onwijs en zal je achtervolgen, maar jij moet wel door. Zo’n  tripje met je broer is dan toch even afleiding.’
‘Ja, je hebt gelijk. Hebben de heren net besloten toch maar niet te werken vandaag?’ zegt hij dan met een grijns en spotlichtjes in zijn ogen. ‘Ha, nee dat klopt. We gaan een vriendin van ons helpen met het keuren en wellicht kopen van een paard.’ ‘Ach,’ vult Hans Peter aan ‘je hebt wel van haar gehoord. Karin Barneveld van het Boshuis waar we wel eens logeren.’
Bert knikt. ‘Goede reis dan heren’. Hij steekt zijn hand op en fietst weg.

JG SarenmasDeel 32):
19 augustus

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.