Het wijnmysterie rond het boshuis

Het wijnmysterie rond het boshuis

Vanaf vrijdag 21 juni verschijnt het feuilleton “Het Mysterie van het Boshuis” van J.G. Sarenmas tijdens de zomermaanden. Exclusief bij SmaakvanWijn. Over leven, liefde, druiven en dood in de wijnwereld.

1) Het Boshuis

Donkere wolken schuiven over elkaar, de wind jankt door de bomen. In de verte hoort ze de zware blaf van een hond. Karin voelt een koude rilling over haar rug lopen. Wat een rotweer voor deze tijd van het jaar. Ze kijkt wat schichtig over haar schouder, maar behalve Paco die achter haar drentelt, ziet ze geen levende ziel.  Duisternis trekt als een mistlaag door het bos. Zonder het te beseffen, versnelt ze haar pas. Het huis is nog niet in zicht, maar aan het einde van het bospad aan haar rechterzijde zal ze in veilige haven zijn. Haar boshuis, verpakt in een decor van struiken en bomen. Met op de zonzijde de wijngaard. De grote trots! Daar waar ook de geheime druivenoperatie zich afspeelt.

Om haar mond krult het begin van een glimlach. Wat zullen ze opkijken als het zal lukken deze vergeten druif volwassen te krijgen. Het kleine perceeltje met de zelf gestekte druivenstokken. Ze heeft er Wine Grapes op nageplozen. Het internet over afgestruind, maar daar vind je zoveel onzin. Neem nou die wijnbeschrijving: “De witte druif Rivaner is synoniem voor Müller-Thurgau, er werd lang van gedacht dat het ging om een kruising tussen de riesling en de silvaner. Na recent DNA onderzoek van de druif bleek dit niet het geval. Het blijkt namelijk te gaan om een kruising van de riesling en de gutedel (chasselas).” Ja hoor, wat een kletskoek! Het is immers: riesling X madeleine royale! Dat is rivaner /müller-thurgau! Ze heeft het gecheckt in de druivenbijbel “Wine Grapes”.

Opeens gromt Paco zacht. Uit het diepst van zijn keel rolt een hees sinister geluid naar boven. Ze blijft staan, loopt voorzichtig naar achteren, naar de plek waar de hond met nekharen rechtovereind nu zwaar grommend over de grond krabt. ‘Paco, wat is er? Kom maar vent, kom maar bij de vrouw.’ De hond kijkt haar aan, besluiteloos, verroert zich echter niet. Ze loopt verder terug, weifelend, maar met een griezelige nieuwsgierigheid. Het beest lijkt vastbesloten geen stap te verzetten. Hij kijkt langs haar heen alsof hij zegt “dit wil jij echt niet zien!”

Het duister schemert gestaag verder, de wind blaast met heftige stoten zijn bolle wangen leeg door het bladerdak. Dan barst het onweer los. De regen stort letterlijk uit de hemel. Waarom komt dat beest nu toch niet? Ze knijpt haar ogen samen om beter te kunnen zien; God nee, laat het niet waar zijn! Gruwelijker dan in een nachtmerrie! De hond heeft zijn zwarte poot op een brede stok gezet. Geen tak! Nee! Het is een femur, ze herkent het aan de caput femoris. Trillend zakt ze op haar knieën in de modderstroom naast de hond. Mobiel in de hand. In de stromende regen wacht ze tot de politie is gearriveerd, haar ondervraagd heeft en rondom de plek waar het bot is gevonden, alles heeft afgezet.

JG SarenmasDeel 2):
22 juni

 

 

*Dit feuilleton is verzonnen. Namen, personen en gebeurtenissen en locaties zijn volledig aan de fantasie van de schrijver ontsproten en elke overeenstemming met de werkelijkheid berust op toeval. Met uitzondering van wijnen en druivenrassen.