Pecorino en piccolinos, dat kan!

Pecorino en piccolinos, dat kan!

Gisteren de andere helft van de Giro-groep voor de inhaalavond van de tweede les van de Giro. Opstelling Nieuwe Normaal. Een leuke avond met gezellige mensen. Italië blijft altijd boeiend. Normaal gesproken zouden we deze zomer van het noordwesten, zeg Aostadal naar het noordoosten gaan trekken. Eindpunt Alto Adige en dan via Oostenrijk terug. Nu niet dus. Deze zomer blijft de wijnschool open om alle cursussen en wijnactiviteiten van maart, april en mei in te kunnen halen. Met in juli een unieke SummerSchool Wijncursus van vijf avonden. In vijf weken je wijnkennis op niveau SDEN-2 brengen. In september nog een extra avond als generale repetitie over alles wat je geleerd hebt. In oktober kun je dan, (indien gewenst) examen doen bij de Wijnacademie.

De Italiaanse avond inspireert me om voor Vaderdag 🙂 als de kids thuiskomen, zelf iets voor bij de borrel te maken. Bladerend in mijn receptenboek, stuit ik op de allerlei hartige kleine hapjes die ik vroeger veel gemaakt heb. Hartige kaastaartjes, daar valt mijn oog op. Ja, dat gaat het worden. Natuurlijk, je kunt ze gewoon kopen in de supermarkt, de piccolinis.  Maar leuker is het als je het zelf gaat doen. Zo moeilijk is het niet, veel werk ook niet.

Pecorino d’Abruzzo

Pecorino Wijnspijs

Wat drink je nu als aperitief bij dit hartige gebakje. Wel ik kies voor de Pecorino d’Abruzzo. Witte wijn van de gelijknamige, ooit bijna uitgestorven pecorino. De wijn die bij ons op tafel komt is van Orlando Contucci Ponno. Volle wijn met een mooie citroengele kleur. De wijn heeft sur lie gelegen, wat te proeven is in de ronde smaak. Aroma wat doet denken aan verse kruiden, appels en zuivel met een lichte gisttoon.

Zelf piccolientjes maken is zo gepiept. Daar hoef je geen hofbakker voor te zijn. Beetje smaakgevoel en vooral gezond verstand. Dat is voldoende.

Nodig om te bakken

In de keuken klaarzetten: 250 gram bloem, 125 gram roomboter, 1 ei, zout / peper  voor het deeg van de taartjes. Voor de vulling: 400 gram emmentaler, 200 gram verbrokkelde blauwschimmel, 2,5 dl kookroom en 4 eieren.

Kneed van de bloem, boter, het ene ei en een half theelepeltje zout het deeg voor de taartjes. Wikkel het vervolgens in folie en laat het in de koelkast bijkomen. Twee uurtjes ongeveer is ruim voldoende. Dan verwarm je de over op 200 graden. Nu ga je de vulling maken. Sla de kaas, kookroom, de eieren met peper en zout tot een egaal beslag. Je kunt naar eigen smaak ook nog wat gesnipperde bosuitjes, gerookte en gesnipperde pancetta toevoegen of iets wat je zelf lekker lijkt.
Het deeg komt uit de koelkast op een met bloem bestoven plank. Rol het dun uit met de deegroller en steek hier rondjes uit waarmee je de ingevette vormpjes kunt beleggen. Deze vul je met het kaasbeslag en egaliseer de bovenkant. Tot slot afbakken in zo’n kleine 30 minuten!