Tot slot: Wat in het vat zit…. verzuurt // deel 3

Hoe gaat men om met de wijn in de zeventiende eeuw? Lees over wijnkoopmannen en handelaren – Hannie van der Kolk neemt ons mee terug in de tijd, naar een steeds groter wordend Amsterdam.
“Wat in het vat zit, verzuurt …” het laatste deel

Door: Hannie van der Kolk

Vincent Jacobsz. Coster, een waard die op de hoek van de Prinsengracht en de Looiersgracht een wijn- en bierhuis drijft, bedenkt iets nieuws om het publiek te plezieren en vermoedelijk ook om zijn inkomsten te vergroten. Hij investeert en introduceert een ander vermaak dan het alleen nuttigen van een drankje. In zijn tuin laat hij een doolhof aanleggen. Een nieuw uitje voor de burgerij. Wellicht heeft Coster van gasten gehoord over dit soort tuinen waarin je kunt verdwalen, want die zijn tot nu toe alleen bij buitenplaatsen te vinden en niet in de stad. In De Amsterdamse doolhoven. Populair cultureel vermaak in de zeventiende eeuw beschrijft Marijke Spies deze vorm van vermaak voor de Amsterdamse burgerij en noemt ze “een soort Eftelingen gecombineerd met Mme Tussaud in miniformaat”. In de tuin komen beplantingen en beelden zoals een Goliath en David naar het verhaal uit het Oude Testament (Bijbel) over de zwakke die de ogenschijnlijk sterkere verslaat.

Bacchus, de god van de wijn ontbreekt natuurlijk niet en ook andere figuren uit de mythologie krijgen er in gebeeldhouwde vorm een plaats. De bezoekers kijken hun ogen uit naar de beelden met een ingebouwd mechaniekje waardoor hoofd of ogen kunnen draaien. Men wandelt rond, drinkt wat, bekijkt intussen de aangelegde fonteinen en beelden en woont ‘vertoningen’ – in zwang zijnde populaire toneelstukjes – bij. Al snel opent de herbergier van  ‘De Oranje Pot’ ook een doolhof. Het Nieuwe Doolhof: Den nieuwen en vermaeckelyken dool-hof staende op de Roose-gracht by de derde brugh…zoals de brochure aankondigt die aan bezoekers als souvenir wordt meegegeven. Garrelt Verhoeven, hoofdconservator van de Bijzondere Collecties van de UVA schrijft dat er nog drie van deze – zeldzame – souvenirboekjes in het bezit zijn van de BC. Er komen nog meer van deze doolhoven in de stad, want het blijkt een succesformule: Coster’s doolhof wordt pas halverwege de negentiende eeuw gesloten. Wie het Amsterdam Museum bezoekt kan de beelden, die zo attractief blijken in hun tijd ook nu nog bewonderen en iets van de sfeer proeven die de Amsterdammers zochten bij dit vermaak.

hannie artikelEen knecht van Het Oude Doolhof besluit voor zichzelf te beginnen. Deze Nicolaes (Claes) Petter vlucht tijdens De Dertigjarige oorlog vanuit Duitsland waar hij in 1624 is geboren, naar Amsterdam. Hij vestigt zich als wijnkoper in de Gustavusburch (of Gustaafsburch) aan de Prinsengracht. Naast zijn wijnhandel geeft hij worstellessen. Het is niet bekend of hij in zijn jeugd in Duitsland al met deze sport heeft kennisgemaakt. De leerlingen, die hij wellicht heeft leren kennen in Het Oude Doolhof komen uit de gegoede burgerij en de regentenklasse. Petter schrijft een verhandeling over zijn passie: Klare Onderrichtinge der Voortreffelijcke Worstel-Konst. Romeyn de Hooghe, een beroemde zeventiende-eeuwse etser verlucht het boek met 71 naeuwkeurige verbeeldingen der selver, in ’t kooper gebracht door den konstrijcken Romeyn de Hooge.
Helaas maakt Nicolaes de verschijning van zijn levenswerk over deze ongewapende vechtsport niet meer mee, want hij overlijdt rond 1672. Zijn tweede vrouw en zijn leerling Robbert Cors geven Johannes Janssonius van Waesberghe, een boeckverkooper ‘op ’t Water’ opdracht om het geërfde manuscript uit te geven. In 1674 verschijnt de eerste druk. Al snel volgt een editie in het Duits en in 1680 een Franse. Opmerkelijk is dat de eerste Engelse editie onlangs, in 2010 (!), is verschenen.

In de zeventiger jaren van de vorige eeuw doet de econoom John Michael Montias van de universiteit van Yale onderzoek naar de economische omstandigheden in de Republiek en de handel in kunstvoorwerpen die in die periode ontstaat. In het Stadsarchief Amsterdam heeft hij 1280 inventarissen van boedelscheidingen, akten en faillissementen uit de periode 1595-1681 onderzocht en beschreven. Dat heeft een schat aan gegevens opgeleverd die zijn opgeslagen in de Montias Database of 17th-Century Dutch Art Inventories. In deze database staan ook enkele bekende wijnhandelaren vermeld. Ik kan er, gezien de ruimte van dit blog, niet diep op ingaan maar ik noem er twee:

hannie artikel 2Isaac van Gerwen afkomstig uit ’s ‘s-Hertogenbosch, trouwt in 1605 met Duyfgen Fredericks Roch. Haar vader is herbergier en eigenaar van ‘De twee Rochgen’ in de Warmoesstraat en op dat adres vestigt Isaac zich als wijnkoopman; later op de Fluweelenburgwal. De database van Montias laat zien dat Isaac naast vele andere eigendommen, kunstvoorwerpen bezit. Op een schilderij van Karel van Mander De Doortocht door de Jordaan uit 1605 dat tot de collectie behoort van Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, staat zowel de schilder als de opdrachtgever Isaac met zijn jonge vrouw afgebeeld. In de inventaris die na van Gerwen’s dood in 1647 is opgemaakt worden ongeveer 23 schilderijen beschreven waaronder een Voet Wassingh van Karel van Mander. Taxatie: veertig gulden. Ter vergelijking: een lantschapje staat voor vier gulden op de lijst. De meeste schilderijen hebben een godsdienstige of mythologische voorstelling; naast landschappen en genrestukken de gebruikelijke onderwerpen in die periode.

De Amsterdamse wijnkoper Wolphert Webber bekend van Het Wapen van Straetsburgh woont bij zijn dood op de Herengracht. Helaas: hij wordt vlak voor zijn overlijden in 1640 failliet verklaard en laat forse schulden na. Naast de veertig schilderijen, kaarten, sculpturen en bordjes in de inventaris wordt – heel aandoenlijk – een portret benoemd als: een conterfeijtsel van d’overleden met sijn vrou.

Het Rampjaar 1672 nadert; op economisch terrein zal het slechter gaan met de Republiek. Maar voorlopig drinkt ieder het zijne in tapperij, kroeg, herberg of in ‘de sael’ van een grachtenhuis, mijmerend over de verworvenheden die de welvaart heeft gebracht.

==========================================================================

Bibliografie.

Dijstelberge, P., ‘De Cost en de Baet.  Uitgeven en drukken rond 1600 in Amsterdam.’ DBNL 2001.

Gelderblom, O., ‘ Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de  Amsterdamse stapelmarkt (1578-1630).

(Hilversum 2000).

Panhuysen, B., ‘Maatwerk. Kleermakers, naaisters, oudkleerkopers en de gilden (1500-1800).’ (Amsterdam 2000.

Spies, M., ‘De Amsterdamse doolhoven. Populair cultureel vermaak in de zeventiende eeuw.’ DBNL 2002.

Hell, M., ‘Meindert Hobbema als wijnroeier.’ Maartenhell.wordpress.com

Geraadpleegde archieven.

Stadsarchief Amsterdam.

The Frick Art Reference Library.

Fotoverantwoording.

Met dank aan het Noordhollands Archief, het Rotterdam Museum en Het Geheugen van Nederland.

======================================================================Hannie

Hannie van der Kolk studeerde Algemene cultuurwetenschappen en verdiepte zich in Boekwetenschap. Ze is geïnteresseerd in vrouwelijke boekdruksters/uitgevers (vaak weduwen) in de zeventiende eeuw en in  Boekdrukkunst.

1 Reactie

  • Jerome Blanes Posted 15 april 2014 13:56

    In 2013 is de biografie van Nicolaes Petter uitgegeven (zie Amazon, Bol.com en alle andere boekverkopers). ZIe voor meer informatie over Petter: http://www.nicolaespetter.blogspot.com.

Reageren is niet mogelijk.