Wijnbereiding – oefenvragen SDEN -2

Wijnbereiding – oefenvragen SDEN -2

Oefenvragen SDEN-2 Wijnbereiding

SvW Soest: ©Dewijncoach   Naam:  
Results:     Class: De Eerste Soester Wijnschool
      Period: Wijnbereiding
      Date: Mei 2017

Lees de vraag goed voordat je antwoordt. Stuur het resultaat ter correctie op naar De Eerste Soester Wijnschool: [email protected]. Je ontvangt het gecorrigeerd met eventuele foutuitleg zo spoedig mogelijk terug.

Start oefenvragen wijnbereiding

  1. wijnbereidingWat is kenmerkend voor de eerste fase van de groei van een druif?
    1. De verkleuring van de schil
    2. Het hoge zuurgehalte in de druif
    3. Het hoge suikergehalte in de druif
  2. De schillen van gekneusde witte druiven laten weken in het eigen sap noemt men
    1. Debourbage
    2. Veraison
    3. Maceration pelliculaire
  3. Het centrifugeren van het druivensap voor de vinificatie is
    1. Om de wijnen zo smakelijk mogelijk te maken
    2. Om de wijn zo helder mogelijk te laten zijn
    3. De zuren zoveel mogelijk te verwijderen
  4. Most is
    1. Onvergist druivensap
    2. Vergist druivensap
    3. Alcoholvrij druivensap voor commerciele verkoop
  1. wijnbereidingDe alcoholische vergisting van witte wijnen gebeurt tussen
    1. 24 en 28 graden C.
    2. 10 en 18 graden C.
    3. 14 en 20 graden C.
  2. Vergisting van wit druivensap tot wijn duurt onder normale omstandigheden
    1. Twee a drie weken
    2. Maximaal vijf dagen
    3. Drie tot vijf weken
  3. Welk zuur zet men tijdens de malo om in een zachter zuur?
    1. Barnsteenzuur
    2. Melkzuur
    3. Appelzuur
  4. wijnbereidingWitte wijnen met houttonen ontstaan door
    1. Door vergisting op eiken vaten
    2. Door rijping op eiken vaten
    3. Beiden behoren tot de mogelijkheden
  5. Het af laten lopen van gistend wijnsap is een onderdeel van het maken van
    1. Rode wijn
    2. Rosé wijn
    3. Witte wijn
  6. Wat ligt aan de basis van rode wijnvinificatie
    1. Sap van blauwe druiven
    2. Schillen, vruchtvlees en pitten
    3. De hele druiventrossen met de steeltjes
  7. Het spontaan aflopende deel van rode wijn na de vinificatie noemt men
    1. Vin de Goutte
    2. Vin de Garde
    3. Vin de Reserve
  8. Hoe worden de wijnen geklaard?
    1. Men gebruikt eiwit, bentoniet of gelatine
    2. Door middel van een grove filter
    3. Opkoken en afschuimen
  9. Wijndruiven vergisten door middel van koolzuurgas noemt men
    1. Maceration prefermentaire
    2. Maceration malolactique
    3. Maceration carbonique
  10. Wijnen die snel op dronk zijn met een korte levensduur
    1. Worden vaak gemaakt volgens de methode traditionelle
    2. Worden vaak gemaakt volgens thermo vinificatie
    3. Worden vaak gemaakt onder invloed van koolzuur
  11. Liqueur de tirage is
    1. De smaakmaker van mousserende wijn
    2. Een gistmengsel
    3. Een mengsel van wijn en rietsuiker
  12. Het zuurgehalte in een wijn is meetbaar en ligt tussen
    1. 2 en 5 gram per liter
    2. 3,5 en de 7,5 gram per liter
    3. 4,5 en de 9 gram per liter
  1. Wat is waar over zuren?
    1. Melkzuur ontstaat uit appelzuur
    2. Citroenzuur komt niet voor in wijn
    3. Appelzuur zit niet in de druif, wel in de wijn
  2. Bij droge tot zoete wijnen varieert het suikergehalte in principe tussen
    1. 4 en 45 gram per liter
    2. 12 en 32 gram per liter
    3. tussen de 4,5 en 9 gram per liter
  3. In cepagewijnen uit de wijnlanden buiten Europa draait het vaak om de
    1. Tertiaire geuren
    2. Primaire geuren
    3. Secundaire geuren
  4. Tertiaire aroma’s of bouquet-aroma’s ontstaan
    1. Alleen bij witte, bloemige wijnen
    2. Uitsluitend tijdens de vergisting van de wijn
    3. Tijdens het rijpen van de wijn

Einde oefenvragen wijnbereiding

Proefexamens SDEN